Hoe werkt het matchmodel?

Niet iedereen wil verhuizen.
Maar meer mensen dan je denkt staan er voor open.

Niste berekent voor elk huishouden een Latente Verhuisintentie Score — een maat voor hoe open iemand staat voor een woonverandering, zonder dat die persoon dat al actief zoekt.

De kloof tussen wens en daad

Uit het WoonOnderzoek Nederland 2024, waarbij ruim 41.000 huishoudens zijn bevraagd, blijkt dat meer dan 3,6 miljoen huishoudens zeggen te willen verhuizen. Tegelijkertijd verhuisden 10% minder senioren dan in 2021. Er is een aantoonbare kloof tussen wat mensen zeggen en wat ze doen.

Die kloof is niet willekeurig. Ze wordt veroorzaakt door meetbare factoren: emotionele binding aan de woning, financiële drempels zoals hypotheekregels voor ouderen, en onzekerheid over een alternatief. Niste's model maakt precies die balans zichtbaar.

Wil verhuizen (intentie)
Verhuist daadwerkelijk
Doet de stap niet — de latente groep

Schematisch, gebaseerd op WoON 2024. De verhouding varieert per leeftijdsgroep.

Wat zegt het WoON 2024? Senioren zijn de meest honkvaste groep. Factoren die verhuizing tegenhouden: lage huurlasten bij langlopende contracten (fiscaal nadeel bij verhuizen), overwaarde die niet meetelt voor een overbruggingshypotheek, en een gebrek aan passend aanbod in de eigen buurt. Dit zijn geen psychologische obstakels — het zijn structurele belemmeringen die het model expliciet meeneemt.

Vijf dimensies, één score

Het LVI-model weegt vijf dimensies tegen elkaar af. Drie dimensies drijven een verhuizing aan; twee dimensies remmen die af. De score is het saldo. Cruciaal: de remmende factoren wegen zwaarder, omdat WoON 2024 en veldonderzoek van EIB (2024) bevestigen dat drempels in de praktijk dominanter zijn dan drijfveren.

LVI = ( Mismatch × 1,0 + Levensfase × 1,0 + Financieel × 1,0 )
− ( Emotionele binding × 1,3 + Praktische drempels × 1,2 )
Gewichten gebaseerd op WoON 2024 en EIB Ouderenhuisvesting 2024. Worden bijgesteld op basis van pilotdata.
Woningmismatch
× 1,0 · drijfveer
In hoeverre de woning niet meer aansluit bij de huidige levenssituatie: onbenutte kamers, trap, hoge onderhoudsdruk.
Onbenutte kamersTrap aanwezigm² per persoonOnderhoud
Levensfase
× 1,0 · drijfveer
Of de woning aansluit bij toekomstige behoeften: leeftijd, gezondheid, nabijheid van zorg en voorzieningen.
LeeftijdHuishoudgrootteZorgverwachtingVoorzieningen
Financiële prikkel
× 1,0 · drijfveer
Of verhuizen financieel aantrekkelijk is. Overwaarde helpt, maar hypotheekregels kunnen dat voordeel tenietdoen.
OverwaardeEnergiekostenMaandlastenHypotheekpositie
Emotionele binding
× 1,3 · rem — zwaarste gewicht
Woonduur, buurtnetwerk en gehechtheid aan de woning. WoON 2024 bevestigt dat dit de dominante blokkade is voor senioren.
WoonduurBuurtbindingSociaal netwerkHerinneringen
Praktische drempels
× 1,2 · rem
Onzekerheid over een alternatief, complexiteit van het verkoopproces, overbruggingsfinanciering. NOS/NVM (nov. 2025): overwaarde telt vaak niet mee voor tijdelijke hypotheek, wat verhuizen voor ouderen extra risicovol maakt.
Alternatief zichtbaar?Financiering overbruggingVerkoopstressAdministratieve last

Bereken een score

Pas de vijf dimensies aan en zie hoe de LVI-score verandert. Of laad een van de voorbeeldprofielen.

LVI-calculator

Score van −26 (nooit) tot +30 (zeker verhuisbereid)

2
LVI-score
Woningmismatch 5
Onbenutte kamers, trap, onderhoud
GeenGroot
Levensfase 5
Leeftijd, zorgverwachting, voorzieningen
Past goedPast slecht
Financiële prikkel 5
Overwaarde, energiekosten, maandlasten
Geen prikkelGroot voordeel
Emotionele binding 5
Woonduur, buurt, herinneringen
WeinigZeer sterk
Praktische drempels 5
Overbrugging, verkoopproces, alternatief zichtbaar?
LaagHoog
−260+30
Neutraal
Midden segment

Potentieel aanwezig, maar de drempels zijn bepalend. Dit is precies de groep waar Niste het meeste verschil kan maken.

Berekening verschijnt hier...
Waarom verhuizen senioren met hoge overwaarde toch niet? Banken beoordelen een overbruggingshypotheek op inkomen, niet op vermogen in stenen. Dat maakt de periode tussen aankoop en verkoop financieel riskant. Dit staat expliciet in het model als een zware praktische drempel — niet als psychologisch bezwaar.

Hoe gebruikt Niste de score?

Stap 1 · Wooncheck

Deelnemers vullen een korte vragenlijst in. Op basis van de antwoorden berekent Niste de LVI-score. Geen guessingwork — de score volgt direct uit concrete levenssituatie-informatie.

Stap 2 · Selectie doelgroep

Niste richt zich op huishoudens met een middenscore: open voor verandering, maar nog niet actief zoekend. Mensen met een hoge score zijn al op Funda. Mensen met een lage score zijn (nog) niet te activeren.

Stap 3 · Anonieme matching

Huishoudens met complementaire profielen worden gematcht — een senior met overruimte tegenover een gezin dat groter wil wonen in dezelfde postcode. Pas bij wederzijdse interesse wordt contact mogelijk.

Stap 4 · Het model leert

Na de pilot vergelijkt Niste de voorspelde LVI-scores met daadwerkelijk gedrag: wie toonde interesse, wie haakte af, wie verhuisde? Zo worden de gewichten empirisch bijgesteld. Dat is ook precies het verhaal waarmee Niste naar gemeenten stapt: een model dat verbetert op echte gedragsdata.


Wat het model niet kan

Het LVI-model is een heuristiek, geen voorspelling. Het WoON 2024 laat zien dat zelfs mensen die zeggen zeker te willen verhuizen dat in meerderheid niet doen. Het model helpt Niste de meest kansrijke groep te identificeren en te benaderen — maar echte verhuisbereidheid blijkt pas uit gedrag, niet uit een vragenlijst.

Twee dingen zijn eerlijk om te zeggen: de gewichten zijn voorlopig gebaseerd op literatuur, niet op eigen pilotdata. En de intentie-actie kloof, beschreven in het WoON 2024, is structureel groter dan het model suggereert. Niste erkent dit, en gebruikt de pilot om het model te verbeteren.